Een satellietsysteem is een ruim begrip. De componenten die samen het begrip satellietsysteem definiëren zijn heel divers. Zo zijn er verschillende soorten satellietschotels verkrijgbaar die nog veel meer soorten LNB’s kunnen bevatten. Kortom genoeg componenten om eens nader te bekijken en aan de hand van duidelijke afbeelding de specifieke eigenschappen nader te bestuderen. Naast de diverse satelliet componenten zullen we ook aandacht besteden aan de techniek, niet te diep, maar net genoeg om de vakhandelaar te begrijpen en om de juiste vragen te kunnen stellen.

We zullen u ook laten zien hoe en met welke hulpmiddelen u een satellietschotel kunt uitrichten op de door u gewenste satelliet. Begrippen zoals azimuth, elevatie en kruispolarisatie klinken u straks niet vreemd meer in de oren.

Geostationaire baan
In oktober 1945 publiceerde Arthur C. Clark een wetenschappelijk artikel in het Brits radiovakblad ‘Wireless World’ over het uitzenden van een elektromagnetisch signaal naar het heelal, dat vervolgens door een kunstmaan zou worden teruggestuurd naar de aarde. In het artikel rekende Clark voor dat er op ongeveer 36 duizend kilometer boven de evenaar de omloopsnelheid en de draairichting gelijk moest zijn aan die van de aarde (11 duizend kilometer per uur). Hierdoor kunnen we op aarde de signalen van deze satellieten middels een vast opgestelde satellietschotel ontvangen zonder dat we om de paar minuten de satellietschotel opnieuw moeten gaan uitrichten.

clark beltIn de Clark-belt, of geostationaire baan zweven anno nu honderden satellieten. Deze satellieten worden beheerd door een operator. Een satellietoperator zorgt er onder andere voor dat een satelliet niet gaat driften, oftewel dat de satelliet netjes op de voor hem gereserveerde positie in de geostationaire baan blijft (orbit positie). Een satelliet in een geostationaire baan ‘hangt’ nooit echt stil, maar zweeft rond in een denkbeeldige box. Zo’n box wordt ook wel co-locatie genoemd en het zorgt ervoor dat er meerdere satellieten op 1 orbitale positie geplaatst kunnen worden. Een co-locatie is een kubus van 144 bij 144 kilometer en doordat deze op 36 duizend kilometer van de aarde bevindt lijkt het op aarde één orbitale positie. Zo heeft Eutelsat drie satellieten op de HotBird 13 graden oost positie en SES-ASTRA vier satellieten op de 19,2 graden oost.

Elektromagnetische vorm

Een golf is een trilling die zich voorplant in de ruimte. Een elektrische wisselstroom produceert een elektrisch en een magnetisch wisselveld, die zich beiden loodrecht op elkaar voortplanten. Elke elektromagnetische golf wordt gekenmerkt door twee parameters: frequentie en golflengte.

Electromaggolf

Frequentie

De frequentie is het aantal cycli per seconden. De eenheid van frequentie is Hertz (Hz). De golflengte is de afstand tussen twee opeenvolgende cycli van de golf. Frequentie en golflengte hangen van elkaar af: hoe hoger de frequentie, hoe korter de golflengte.  Elektromagnetische golven hebben een snelheid van 299339 kilometer per seconde (in lucht, vacuüm en gassen).

golflengte

Microgolven

Microgolven hebben een golflengte tussen de 30 cm en 1mm. Dit betekent dat microgolven een frequentie hebben van 1 GHz tot 300 GHz. Microgolven lijken een beetje op lichtstralen wat betreft afbuiging en weerkaatsing, maar kunnen in tegenstelling tot lichtstralen ook in niet-transparante materialen binnendringen. Ze verplaatsen zich met de snelheid van het licht. Satellietsignalen worden aangemerkt als microgolven.

Satellietsignalen die door een satelliettransponder worden uitgezonden bevinden zich in een bepaald frequentiespectrum. Deze transponders voor de Europese markt zenden deze signalen uit in de Ku-band: 10,7 GHz – 12,75 GHz. Deze frequentieband is natuurlijk niet zomaar gekozen.

Deze band wordt als volgt onderverdeeld:
10,7 GHz – 11,7 GHz  FFS band (Fixed Satellite Service): deze sub band is in gebruik voor analoge en digitale satellietuitzendingen
11,7 GHz – 12,5 GHz BSS band (Broadcast Satellite Service): oorspronkelijk bedoeld voor directe uitzendingen op hoog vermogen, tegenwoordig hoofdzakelijk gebruikt voor digitale uitzendingen.
12,5 GHz – 12,75 GHz FSS band (Fixed Satellite Service): gebruikt voor telecommunicatie en op de consument gerichte diensten.

Bovenstaande Ku-band frequenties zijn voor ontvangst van satellietsignalen. De satellietoperator zendt vanaf haar grondstation naar de satelliet toe. Deze signalen bevinden zich tussen de 14 en 18 GHz.

Polarisatie

Elektromagnetische golven kunnen lineair (verticaal of horizontaal) of circulair gepolariseerd zijn.

Polarisatie betekent:
1 spanningen en tegenstellingen tussen personen en groepen doen ontstaan of toespitsen
2 de trillingen van een licht- of warmtestraal in één vlak samenbrengen
3 een positieve of negatieve elektrische lading geven

In de satellietindustrie is het een techniek om efficiënter van de bandbreedte gebruik te maken. Polariseren is de wijze waarop radiosignalen zich voortbewegen, dit kan verticaal  of horizontaal zijn. Door gebruik te maken van een polarisatie scheiding kunnen twee signalen met dezelfde frequentie tegelijkertijd van en naar de satelliet gezonden worden, zonder dat er interferentie (storing) optreedt.

polarisatie copy